In de strijd tussen goed en kwaad ontpopte het goede zich vaak als dat wat er tegenover staat.

Eerst was er het Boeddhisme. Dat zag het goede in alle mensen ongeacht klasse, natie of staat. Maar ook het goede in dieren, bomen en mossen.

Eeuwen later ontstaan de christelijke opvattingen. Ze beperken zich tot alleen de mensen.

Het goede van de eerste christenen, werd vervangen door het goede voor de christenen.

Dat bestond naast het goede voor de moslims en het goede voor de joden.

Het goede van de christenen viel uiteen in het goede van de katholieken, dat van de protestanten en dat van de orthodoxen.

Christenen, Katholieken, Protestanten, Orthodoxen.

Tegelijkertijd bestond het goede van de rijken en dat van de armen. Het goede van de gelen, de zwarten en de witten. Het gaat nog verder: sekten, rassen en klassen.

Mensen zagen hoeveel bloed er werd vergoten door beperkte, verachtelijke opvattingen van het goede. Martelen in naam van de strijd van dat goede met alles wat het als het kwaad beschouwde. Soms werd het goede zelf een gesel van het leven, een groter kwaad dan het kwaad.

In de strijd tussen goed en kwaad ontpopte het goede zich vaak als dat wat er tegenover staat. Martelen in naam van de strijd van dat goede met alles wat het als het kwaad beschouwde. Soms werd het goede zelf een gesel van het leven. Een groter kwaad

dan het kwaad.