Single 2: Zigeunerschippers
Jan Versluis: Muziek
Mijn ouders stopten plm. 1970 met varen (zie album “De Avontuur”). Ze vestigden zich in Terneuzen, het stadje in Zeeuws Vlaanderen waar ik toen al een tijdje woonde. Mijn ouders en ik hadden toen veel contact met elkaar.
Ik kocht in die tijd een mondharmonica. Toen mijn vader weer eens lang kwam liet ik hem trots het instrumentje zien. Hij nam het instrumentje over en begon prachtig te spelen, met ‘tongslagen’ en zo. Ik was helemaal van slag! Ik had mijn vader nooit een instrument zien vasthouden, laat staan erop spelen en dan nog goed spelen ook. Toen hij uitgespeeld was en ik bijgekomen, vertelde hij me het volgende.
“In mijn jeugd waren de winteravonden aan boord nogal saai. De bruggen gingen in Vlaanderen om zes uur al dicht. En dan zat je daar in het roefje. Om de tijd te doden gingen we dan zingen, met begeleiding van een kam met vloei, mondharmonica, deksels en pollepels. Door de economische druk om langer te kunnen varen werden de vaartijden langer geopend. En wij zijn stap voor stap gestopt met onze muziek”.
Toen ik hier over nadacht kwam er een gedachte naar boven. Ik ben een grote liefhebber van zigeunermuziek en in mijn fantasie vraag ik mij af: Hebben zigeuners en schippers overeenkomsten met elkaar? Rondtrekkende arbeiders, geen vaste woon-en verblijfplaats, pas laat een leerplicht voor hun kinderen, een beetje buiten de samenleving staan, sterke familiebanden.
Maar wat zijn fantasieën waard? Al mijmerend speelde ik een improvisatie om de muziek en de gefantaseerde melancholie van Zigeunerschippers vorm te geven. Dit is gestold in een instrumentaal stukje.